
Boekrecensie – Activerende werkvormen 3.0
Activerende werkvormen 3.0 – Resultaatgerichte activiteiten voor fysieke, online én hybride bijeenkomsten, Lia Bijkerk & Titia van der Ploeg, Edufit BV, 2026, ISBN 9789 0833 55917
Soms verschijnt er een boek waarvan je meteen denkt: was dat maar eerder verschenen. Activerende werkvormen 3.0 is zo’n boek. Het is een ‘upgrade’ van het in 2006 verschenen boek Het gaat steeds beter’. Maar met upgrade doe je het boek eigenlijk geen recht. Terecht is gekozen voor de titel met 3.0 erin. Het is namelijk niet alleen een actualisatie (online en hybride zijn sinds corona redelijk normaal geworden), maar ook een inhoudelijke herziening waarbij werkvormen nog duidelijker en systematischer beschreven zijn. Bovendien slaat de 3.0 op de drie soorten bijeenkomsten waarvoor de werkvormen beschreven zijn: fysieke, online en hybride bijeenkomsten. Mijn drie belangrijkste argumenten om dit boek van harte aan te bevelen zijn:
- Het boek leest heel plezierig. Dat komt enerzijds door het taalgebruik, maar ook door de bladspiegel, het kleurgebruik en het gebruik van foto’s en tekeningen die het verhaal ondersteunen.
- Het belangrijkste hoofdstuk vind ik het eerste hoofdstuk: Praktisch plannen. In dit hoofdstuk wordt niet alleen het fundament gelegd voor de hoofdstukken 2 tot en met 4, waarin de werkvormen beschreven worden, maar ook duidelijk gemaakt waaraan je allemaal moet denken als je een bijeenkomst begeleidt. En dat is niet alleen het bouwplan van je bijeenkomst, maar ook de locatie, de organisatievorm (plenair, individueel, subgroepen), hulpwerkvormen en digitale werkvormen. Dit zijn vaak onderdelen waaraan tijdens de voorbereiding van een bijeenkomst te weinig tijd wordt besteed, en dat wreekt zich tijdens de bijeenkomst. In de paragraaf ‘Bouwplan’ lichten de auteurs de basisideeën achter een aantal leertheorieën toe, zoals breinleren en de meervoudige intelligenties van Howard Gardner (in het boek talenten genoemd). Door deze toelichting wordt de toepassing ervan bij de werkvormen direct duidelijk.
- Voor de opbouw van een bijeenkomst kiezen de auteurs voor een drieslag. Sterk starten (hoofdstuk 2), doelgericht doorpakken (hoofdstuk 3) en effectief eindigen (hoofdstuk 4). Deze drieslag zorgt ervoor dat vrijwel elke bijeenkomst (training, teamcoaching, workshop of presentatie) in dit format past. In deze drie hoofdstukken staan de 133 werkvormen beschreven die het boek rijk is. Elke werkvorm beslaat twee naast elkaar gelegen pagina’s, die steeds op dezelfde manier zijn opgebouwd. Er wordt handig gebruikgemaakt van icoontjes om aan te geven om wat voor soort werkvorm het gaat. Deze icoontjes zijn in hoofdstuk 1 beschreven en staan ook op de voorflap van het boek. De basisbeschrijving van elke werkvorm is die voor een fysieke bijeenkomst. In twee aparte paragrafen kun je lezen hoe je de werkvorm online dan wel hybride kunt inzetten. Elke beschrijving eindigt met een voorbeeld, waardoor je nog beter begrijpt hoe de werkvorm werkt.
Concluderend kun je stellen dat dit een echt praktijkboek is. Je krijgt een stuk theoretische onderbouwing over alles wat komt kijken bij het begeleiden van een bijeenkomst, zonder dat je wordt overvoerd met complexe theorieën. Daarnaast krijg je een schat aan werkvormen aangeboden die je kunt inzetten bij het begeleiden van bijeenkomsten. Hierdoor is het boek uitermate geschikt voor iedereen die weinig of geen ervaring heeft met het begeleiden van bijeenkomsten en deze bewuster wil ontwerpen om betere resultaten te behalen. De doelgroep van dit boek is breed. Verwacht dus niet dat het diep ingaat op onderwerpen als het intakegesprek met een opdrachtgever, groepsdynamische aspecten, verschillende vormen van begeleiden (bijvoorbeeld intervisie of moreel beraad) of beslissingsmethoden — onderwerpen die voor facilitators juist belangrijk kunnen zijn. Voor ervaren begeleiders (trainers, coaches, facilitators, projectleiders en teamleiders) vormt het boek een mooie set werkvormen waaruit zij naar hartenlust kunnen putten. Dat is misschien ook wel een voordeel, omdat begeleiders in de praktijk vaak gebruik blijven maken van dezelfde vertrouwde werkvormen.