Specialist in faciliteren

Smaken in de groep

Doel

Inzicht krijgen in de samenstelling van de groep. Dat geldt zowel voor de deelnemers als voor de facilitator.

Bruikbaar bij 

Workshops waarbij de deelnemers aan de workshop ook buiten de workshop samen moeten werken om een resultaat te bereiken. De deelnemers kunnen uit één organisatie-eenheid komen, maar ook uit verschillende organisatie-eenheden of bedrijven.

Meervoudige interesses

Verbaal-linguïstisch, Lichamelijk-kinesthetisch, Interpersoonlijk.

Aanpak

De aanpak voor alle groepen is min of meer gelijk. Alleen de vragen die je als facilitator stelt, verschillen per doelgroep.

De werkvorm bestaat uit vier stappen. Laat de deelnemers tussen de stappen dor even rondlopen.

Stap 1 (ijs breken)

De eerste stap heeft als doel het ijs te breken, de deelnemers in beweging te krijgen. Hierdoor worden de volgende twee stappen voor hen makkelijker te zetten.
Vraag de deelnemers in een cirkel op volgorde van alfabet (eerste letter van de voornaam of de achternaam) te gaan staan. Als de deelnemers een badge dragen, bedekken ze die met hun hand.
Geef aan dat ze met elkaar in gesprek moeten gaan, hun naam noemen en ervoor zorgen dat iedereen op de juiste plek staat.
Je vraagt daarna iedereen kort naam en functie te noemen. De deelnemers kunnen dan ook controleren of ze echt op de goede volgorde staan.

Stap 2 (kennen ze elkaar)

Het doel van de tweede stap is om inzicht te krijgen in hoe goed de deelnemers hun directe collega’s kennen.

Vraag de deelnemers in groepjes van bijvoorbeeld ‘dezelfde afdeling’, of ‘dezelfde organisatie’, of ‘dezelfde functionele groep binnen een project’, of ‘dezelfde werklocatie’ bij elkaar te gaan staan. Loop daarna de groepjes af en stel een of meerdere van de volgende vragen:

  • “Kennen jullie elkaar”, of “Hoe lang kennen jullie elkaar?”
  • “Werken jullie samen?”
  • “Hoe makkelijk was het om je groepje te maken?, of een andere vraag die inzicht geeft in de samenstelling of de totstandkoming van de groep.”
  • Als ze zeggen dat ze elkaar kennen, stel dan een vraag over bijvoorbeeld de favoriete keuken, favoriete muzieksoort, favoriete boek.
    Meestal blijkt dan dat ze elkaar toch niet kennen.

Stap 3 (samenstelling groep)

Het doel van deze stap is de samenstelling van de groep te achterhalen.

Vraag de deelnemers weer in een cirkel te gaan staan maar nu op volgorde van de duur dat ze in het project (in de organisatie werken). Ook hierbij moeten ze in gesprek met elkaar de cirkel vormen.
Stel daarna aan een nieuwkomer de vraag: “Weet je wat rol in het project gaat worden of is?” Of een vraag aan een oudgediende: “Hoeveel wisselingen in de samenstelling van het team of projectgroep hebben er na jou al plaatsgevonden.

Stap 4 (helderheid)

Het doel van deze stap is inzicht krijgen of er binnen de groep helderheid is over de taakstelling van de groep.

Vraag de deelnemers in een cirkel te gaan staan, op volgorde van wanneer zij in het project ‘aan de slag’ zijn gegaan. Vraag door met vragen als: Wie zet de eerste stap? Wie komt daarna? Wie wacht op het resultaat van iemand anders? Wie sluit het project af? Dit is een lastigere vraag, en zal tot veel discussie leiden.

Je vraagt daarna wie wat doet, en waarom hij/zij op die plek staat.

Bron

Dit is de favoriete werkvorm van Nel Mostert.

 

Download de werkvorm